zin (de ~ (m.), ~nen, ~nen)
1 gevoel voor beleving en waardering van niet direct zintuiglijk waarneembare zaken

2 verlangen om iets te doen => animo, goesting, lust

3 betekenis

4 bestaansreden, nut
zin-nen (1) (de ~ (mv.)) 1 bewustzijn

zin-nen (2) (onov.ww.)1 bevallen, naar de zin zijn

zin-nen op (ww.)
1 zijn gedachten en streven richten op

Dinsdag t/m woensdag vanaf 17:00 uur geopend

Donderdag t/m zaterdag vanaf 16:00 uur geopend

Zondag en Maandag gesloten